Dialoog over landbouw na film Biggest Little Farm

Op 11 oktober organiseerden Cultura-Ede, Eetbaar Ede en LTO Gelderse Vallei samen de film The Biggest Little Farm en het nagesprek daarbij. De film Biggest Little Farm gaat over een echtpaar in Californie dat op 80 ha een uitgeputte citroenbomen boomgaard om wil bouwen tot een natuurlijk gemengd bedrijf. Is dit een reële manier van boeren? En kunnen we dit in Ede ook toepassen? Dat waren de vragen voor het nagesprek met Anne van Doorn, onderzoeker natuurinclusieve landbouw aan de WUR, en Art Wolleswinkel, melkveehouder in Renswoude.   

Verschillende invalshoeken bij dit onderwerp kwamen naar voren bij het nagesprek. In de zaal en bij de sprekers waren onder andere de volgende geluiden te horen:

“Als boer moeten we met het huidige verdienmodel geld kunnen verdienen om veranderingen te kunnen bekostigen”

“Verandering naar een andere manier van boeren kost geld, bij een omslag naar een andere manier van werken is de opbrengst in eerste instantie veel lager. Dat moet stapje voor stapje, met perspectief voor de boer”

“Het huidige systeem kost ook veel geld, aan zaden, pesticiden, kunstmest. Een andere/meer natuurlijke manier van werken kost in eerste instantie geld om te investeren in het systeem, maar heeft daarna veel lagere inputkosten. Je hoeft dan ook minder te produceren om winst te maken. Met een gemengd bedrijf ben je ook minder afhankelijk van marktfluctuaties.”

“De prijs voor eieren is helemaal afhankelijk van de markt. Momenteel is de prijs voor biologische eieren bijvoorbeeld te laag, doordat er een overschot is aan biologische eieren.”

“Wij hebben een permacultuurbedrijf, de grond was heel slecht. Na een jaar of 6 begint het te renderen en ontstaat er een natuurlijk systeem. Waarbij plagen door de natuur worden opgelost. Kippen zijn bij ons onderdeel van het systeem. Hun mest is geen afval, maar goed voor de grond. Ze eten wat ze vinden.”

“Voedselbossen leveren de eerste paar jaar weinig op, maar na ongeveer 6 jaar begint dat steeds toe te nemen”

Art Wolleswinkel sloot af door te zeggen dat consumenten bereid moeten zijn om meer betalen voor hun eten. “Wij produceren voor de markt. We willen wel steeds natuurlijk werken, maar we moeten daarbij wel hulp krijgen van overheid, banken, ambtenaren, regelgeving. Veranderingen moeten stapsgewijs zodat we onze bedrijfsvoering daarop aan kunnen passen.”

Anne van Doorn sloot af met een pleidooi voor meer adviseurs die het hele systeem bekijken, niet alleen adviseren over onderdelen. “De oplossing ligt ook niet alleen bij de consumentenprijs. Er moet een systeem komen waarbij de hele keten verantwoordelijk wordt voor het verduurzamen.”

Tot slot concluderen we dat we in dialoog en samen toe moeten groeien naar een meer natuurlijke manier van werken.

Nagesprek is hier na te kijken: https://youtu.be/FMaxyv7ofpA (met dank aan Arjen de Jager)

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
X